Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Appellante heeft verzocht om inschakeling van een onafhankelijk deskundige om vast te stellen of zij al dan niet arbeidsvermogen heeft.
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van duurzaam geen arbeidsvermogen. Het UWV wees dit af omdat zij volgens verzekeringsarts en arbeidsdeskundige over arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat appellante minimaal vier uur per dag belastbaar is en basale werknemersvaardigheden bezit.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij vanwege sociaal-emotionele problemen niet structureel aan afspraken kan voldoen en onvoldoende basale werknemersvaardigheden bezit. Zij overlegde een intelligentie-onderzoek en een medisch advies van een verzekeringsarts uit 2023.
De Raad oordeelt dat deze aanvullende stukken het eerdere oordeel niet wijzigen. De medische adviseur bevestigt dat op de datum in geding sprake was van arbeidsvermogen. Het latere oordeel dat appellante mogelijk onvoldoende arbeidsvermogen heeft, is niet medisch onderbouwd en kan het eerdere oordeel niet weerleggen.
De Raad bevestigt dat appellante op haar achttiende verjaardag arbeidsvermogen had en daarom niet als jonggehandicapte in de zin van de Wajong kan worden aangemerkt. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering omdat appellante over arbeidsvermogen beschikt.