Uitspraak
4 november 2021, 20/6305 (aangevallen uitspraak)
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
17 januari 2020. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft alsnog met de juiste
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatstelijk administratief medewerker, heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid op 53,10% door het UWV per 17 januari 2020. Zij stelt dat haar beperkingen groter zijn dan aangenomen en dat zij de geselecteerde functies niet kan vervullen. De rechtbank Rotterdam heeft het bezwaar ongegrond verklaard en het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeeld.
In hoger beroep herhaalt appellante haar standpunten, waaronder het betoog dat de verzekeringsarts onvoldoende heeft gemotiveerd waarom hij het oordeel van de bedrijfsarts niet overnam en dat onvoldoende rekening is gehouden met informatie van haar behandelaars. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen passend zijn vastgesteld, mede gelet op diagnoses zoals ziekte van Lyme, SOLK, CVS en fibromyalgie.
De Raad wijst het verzoek om benoeming van een deskundige af en acht de arbeidskundige onderbouwing juist, hoewel één functie vanwege trappenlopen vervalt. Dit leidt niet tot wijziging van de resterende verdiencapaciteit. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor het bestreden besluit in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante per 17 januari 2020 terecht is vastgesteld op 53,10%.