Uitspraak
25 september 2023, 22/4695
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een WAJONG-zaak. De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep echter niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet binnen de voorgeschreven termijn is voldaan.
De Raad heeft appellante op 3 januari 2024 per brief gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht van €136,- met een betalingstermijn van 28 dagen. Bij aangetekende brief van 3 februari 2024 is appellante nogmaals geïnformeerd over de betaling en de gevolgen van niet-tijdige betaling. Ondanks deze waarschuwingen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijnen.
Gezien het niet voldoen aan deze essentiële procedurele vereiste is het hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter C. Karman, met griffier A. Giesen, op 11 juli 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige betaling van het griffierecht.