ECLI:NL:CRVB:2024:1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding AOW-pensioen wegens executoriaal derdenbeslag door Svb
Appellant ontvangt een AOW-pensioen waarop vanaf november 2022 een bedrag wordt ingehouden vanwege een executoriaal derdenbeslag gelegd door een deurwaarder namens een schuldeiser. Appellant betwist de rechtmatigheid van het beslag en stelt dat de Svb dit moet beoordelen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordelen echter dat de Svb slechts gehouden is het beslag uit te voeren binnen de wettelijke kaders en dat de rechtmatigheid van het beslag niet door de Svb of de bestuursrechter kan worden getoetst.
De Raad bevestigt dat de beslagvrije voet correct is toegepast en dat het bestreden besluit van de Svb rechtmatig is genomen. De inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag behoort tot de civiele rechter. Het hoger beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak onderstreept de scheiding van bevoegdheden tussen bestuursrechtelijke procedures en civiele procedures bij executoriaal beslag op sociale zekerheidsuitkeringen. Appellant kan de rechtmatigheid van het beslag alleen via een civiele procedure aanvechten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Svb tot inhouding op het AOW-pensioen blijft in stand.