ECLI:NL:CRVB:2024:1431

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 juli 2024
Publicatiedatum
19 juli 2024
Zaaknummer
23/3122 AOW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Algemene Ouderdomswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging inhouding AOW-pensioen wegens executoriaal derdenbeslag door Svb

Appellant ontvangt een AOW-pensioen waarop vanaf november 2022 een bedrag wordt ingehouden vanwege een executoriaal derdenbeslag gelegd door een deurwaarder namens een schuldeiser. Appellant betwist de rechtmatigheid van het beslag en stelt dat de Svb dit moet beoordelen. Zowel de rechtbank als de Centrale Raad van Beroep oordelen echter dat de Svb slechts gehouden is het beslag uit te voeren binnen de wettelijke kaders en dat de rechtmatigheid van het beslag niet door de Svb of de bestuursrechter kan worden getoetst.

De Raad bevestigt dat de beslagvrije voet correct is toegepast en dat het bestreden besluit van de Svb rechtmatig is genomen. De inhoudelijke beoordeling van de rechtmatigheid van het beslag behoort tot de civiele rechter. Het hoger beroep van appellant wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

De uitspraak onderstreept de scheiding van bevoegdheden tussen bestuursrechtelijke procedures en civiele procedures bij executoriaal beslag op sociale zekerheidsuitkeringen. Appellant kan de rechtmatigheid van het beslag alleen via een civiele procedure aanvechten.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Svb tot inhouding op het AOW-pensioen blijft in stand.

Uitspraak

23/3122 AOW
Datum uitspraak: 17 juli 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 3 oktober 2023, 22/8430 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
SAMENVATTING
Appellant krijgt vanaf november 2022 een lager AOW-pensioen omdat de Svb een bedrag inhoudt als gevolg van een beslag gelegd door een deurwaarder, een zogenoemd executoriaal derdenbeslag. Appellant is het daar niet mee eens en vindt dat de Svb de rechtmatigheid van het beslag moet beoordelen. Net als de rechtbank, oordeelt de Raad dat de Svb het beslag moet uitvoeren en het beslag inhoudelijk niet kan beoordelen. De rechtmatigheid van het beslag moet appellant bij de burgerlijke rechter aanvechten.

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld en nadere stukken overgelegd.
De Svb heeft een verweerschrift ingediend.
De Raad heeft de zaak behandeld op een zitting van 5 juni 2024. Appellant is verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. W. van den Berg.

OVERWEGINGEN

Inleiding

1. Bij de beoordeling van het hoger beroep zijn de volgende feiten en omstandigheden van belang.
1.1.
Appellant ontvangt een AOW-pensioen [1] . [bedrijf] heeft op 14 oktober 2022 executoriaal derdenbeslag gelegd op het AOW-pensioen dat appellant van de Svb ontvangt. De deurwaarder heeft vermeld dat de beslagvrije voet, het deel van de uitkering dat niet voor beslag vatbaar is, € 737,- per maand bedraagt.
1.2.
De Svb heeft met een besluit van 7 november 2022 aan appellant laten weten dat vanaf november 2022 een bedrag van € 450,13 per maand op zijn AOW-pensioen wordt ingehouden. Met een besluit van 10 november 2022 heeft de Svb het bezwaar van appellant ongegrond verklaard.
Uitspraak van de rechtbank
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard en daarmee het bestreden besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Svb op een juiste wijze binnen de kaders van het beslag is gebleven. Niet is gebleken dat de Svb een onjuist bedrag per maand heeft ingehouden. Evenmin is gebleken dat de Svb het bestreden besluit onzorgvuldig heeft voorbereid of onjuist heeft genomen. Vaststaat dat appellant ter onderbouwing van zijn bezwaar en beroep meerdere stukken heeft overgelegd. Deze stukken zien echter grotendeels op de rechtmatigheid van het beslag. De beroepsgrond dat het op het AOW-pensioen gelegde derdenbeslag onrechtmatig is gelegd kan echter niet slagen, omdat de rechtmatigheid van het beslag in deze procedure niet ter beoordeling staat. Daarvoor geldt een afzonderlijke procedure bij de civiele rechter. Appellant heeft verder uitvoerig betoogd dat het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat aan de basis ligt van een vordering op appellant, onjuist, althans niet rechtsgeldig is. Dat betoog kan de rechtbank in deze procedure niet beoordelen.
Het standpunt van appellant
3. Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens. Volgens appellant is het beslag zonder geldig vonnis gelegd en daarom niet rechtmatig.

Het oordeel van de Raad

4. De Raad beoordeelt of de rechtbank terecht het besluit van de Svb dat uitvoering geeft aan een executoriale beslaglegging in stand heeft gelaten. De Raad komt tot het oordeel dat het hoger beroep niet slaagt.
4.1.
Het is vaste rechtspraak [2] dat de Raad bij het uitvoeren van een beslaglegging alleen kan beoordelen of de Svb binnen de kaders van het beslag is gebleven. Met de rechtbank beantwoordt de Raad die vraag bevestigend. De Svb heeft met de door de deurwaarder opgegeven beslagvrije voet rekening gehouden en daar het besluit op gebaseerd. De Raad heeft daarin geen onjuistheden aangetroffen. De rechtmatigheid van het beslag kan niet door de Svb of de Raad worden beoordeeld. Het betoog van appellant dat aan het beslag geen geldig vonnis ten grondslag ligt, kan daarom niet slagen.
4.2.
Nu de Svb geen onrechtmatig besluit heeft genomen, wordt het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Conclusie en gevolgen

4.3.
Het hoger beroep slaagt dus niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
5. Omdat het hoger beroep niet slaagt krijgt appellant geen vergoeding voor zijn proceskosten en het betaalde griffierecht.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door M.L. Noort, in tegenwoordigheid van C.K. Teunissen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 juli 2024.
(getekend) M.L. Noort
(getekend) C.K. Teunissen

Voetnoten

1.Algemene Ouderdomswet.
2.Zie onder meer de uitspraak van 30 augustus 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:2687.