ECLI:NL:CRVB:2024:1441
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant 29,35% arbeidsongeschikt is en weigerde daarom de uitkering toe te kennen per 7 juni 2022.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen aanleiding was om meer beperkingen aan te nemen dan vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met een tegenstrijdig medisch rapport van zijn eigen verzekeringsarts en dat een onafhankelijke deskundige benoemd had moeten worden.
De Raad concludeert dat de rechtbank de juiste afweging heeft gemaakt en dat het rapport van appellant onvoldoende aanleiding gaf tot twijfel aan de medische beoordeling. Ook de arbeidskundige beoordeling werd onderschreven. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.