ECLI:NL:CRVB:2024:1444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-uitkering
Appellant had een WIA-uitkering op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van 54,33%, dat later werd herbeoordeeld en vastgesteld op 62,73%. Hij betwistte deze vaststelling en stelde dat hij meer beperkingen heeft dan het UWV aannam, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel na behandeling van het hoger beroep. De Raad oordeelt dat het onderzoek door het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd, en dat de medische en arbeidskundige gronden van appellant onvoldoende zijn om het besluit te vernietigen.
De Raad wijst erop dat de medische informatie van de handpoli van december 2023 geen betrekking heeft op de datum van beoordeling (24 september 2021) en daarom niet relevant is voor de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Het verzoek om vergoeding van proceskosten en schadevergoeding wordt afgewezen.
De toekenning van de WGA-uitkering op basis van 62,73% arbeidsongeschiktheid blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 62,73% per 24 september 2021 wordt bevestigd en het hoger beroep wordt afgewezen.