ECLI:NL:CRVB:2024:1449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante, een besloten vennootschap, had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. Het UWV diende een verweerschrift in en nam later een gewijzigd standpunt in, waarbij het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante.
Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV stemde hiermee in, inclusief de door appellante opgegeven bedragen. De Raad besloot het onderzoek ter zitting achterwege te laten en sloot het onderzoek.
Op grond van de toepasselijke artikelen uit de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit proceskosten bestuursrecht werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van in totaal €4.747,90, inclusief kosten voor rechtsbijstand en een medisch adviseur. Tevens werd het UWV verplicht het betaalde griffierecht van €895,- aan appellante te vergoeden.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens volledige tegemoetkoming.