Appellant heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem per 30 augustus 2021 geen WIA-uitkering toe te kennen vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. Na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelde het UWV vast dat appellant niet geschikt was voor zijn laatste werk, maar wel in staat was om andere passende functies te vervullen, wat resulteerde in een berekende arbeidsongeschiktheid van 5,92%.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen van appellant adequaat waren vastgesteld. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet juist waren ingeschat en overhandigde aanvullende medische stukken, maar de Raad concludeerde dat deze informatie niet tot een ander oordeel leidt.
De Raad benadrukte dat de beoordeling plaatsvindt op de datum in geding, 30 augustus 2021, en dat informatie van na die datum niet relevant is. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en bevestigt het bestreden besluit, wijst het verzoek om schadevergoeding af en laat de proceskosten bij appellant.