Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding. Appellante heeft hiertegen geen beroep ingesteld.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig stuurman, vorderde een Ziektewet-uitkering over de periode juli 2015 tot mei 2016. Het UWV weigerde deze uitkering omdat op basis van medische informatie niet kon worden vastgesteld dat zij arbeidsongeschikt was binnen de verzekerde periode. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellante onvoldoende medische objectivering had geleverd.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel degelijk medische beperkingen had en dat het UWV haar onterecht naar de gemeente had verwezen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en stelde vast dat de medische rapporten, waaronder die van verzekeringsartsen en een GZ-neuropsycholoog, geen objectief bewijs leverden van arbeidsongeschiktheid in de verzekerde periode.
De Raad benadrukte dat de medische klachten en beperkingen die na het CVA in december 2017 zijn opgetreden, buiten de verzekerde periode vallen. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalde omdat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat het UWV haar onjuist had geïnformeerd. Het hoger beroep werd verworpen, waardoor de weigering van de Ziektewet-uitkering in stand blijft.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Ziektewet-uitkering wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid in de verzekerde periode.