ECLI:NL:CRVB:2024:1492
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorziening in de vorm van een inloopbad of -douche bevestigd
Appellante, geboren in 2006 en bekend met diverse aandoeningen die haar beperken bij het gebruik van het bad op de eerste verdieping, vroeg het college om een maatwerkvoorziening in de vorm van een inloopbad of -douche. Het college vroeg medisch advies aan Argonaut, dat concludeerde dat de badkamer op de begane grond geschikt is voor appellante mits voorzien van een anti-slipbehandeling en een douchestoel of -kruk.
Het college wees de aanvraag af op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en handhaafde dit besluit na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de aanpassingen aan de begane grond algemeen gebruikelijk zijn en dat het gebruik van de inloopdouche op de begane grond een reële oplossing biedt, ondanks dat dit minder handig is.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de badkamer op de eerste verdieping sinds 2006 niet is gewijzigd en dat zij dagelijks het risico loopt te vallen bij gebruik van het bad. De Raad beoordeelde het hoger beroep en onderschreef de overwegingen van de rechtbank volledig. Appellante heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het oordeel van de rechtbank onjuist zou zijn of waarom het standpunt van het college onjuist is.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Appellante krijgt het betaalde griffierecht niet terug.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de maatwerkvoorziening bevestigd.