ECLI:NL:CRVB:2024:1497

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 juli 2024
Publicatiedatum
24 juli 2024
Zaaknummer
23/450 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Schadevergoedingsuitspraak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:108 AwbArt. 8:57 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten en wettelijke rente na intrekking hoger beroep tegen UWV-beslissing

Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV. Het UWV nam op 23 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor trok appellant het hoger beroep in op 2 januari 2024 en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in proceskosten en wettelijke rente.

De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven en sloot het onderzoek. Op grond van artikel 8:75a Awb kan het bestuursorgaan bij intrekking van beroep wegens tegemoetkoming in de bezwaren worden veroordeeld in de kosten. De Raad wees het verzoek toe en veroordeelde het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering, conform eerdere jurisprudentie.

Daarnaast werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant, begroot op €2.625,- voor beroep en hoger beroep, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €186,-. Er was geen bewijs van kosten in bezwaar die voor vergoeding in aanmerking kwamen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van wettelijke rente, proceskosten en griffierecht aan appellant na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

23/450 ZW
Datum uitspraak: 24 juli 2024
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 23 december 2022, 22/721 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. O. Labordus hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft op 23 november 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 2 januari 2024 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en verzocht de wettelijke rente te vergoeden over de na te betalen uitkering.
Het Uwv heeft bij brief van 19 januari 2024 meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen de gevraagde vergoeding van proceskosten en wettelijke rente.
Onder toepassing van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het onderzoek ter zitting achterwege gelaten. Vervolgens is het onderzoek gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Op grond van artikel 8:108, eerste lid, van de Awb is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
Appellant heeft het hoger beroep ingetrokken, omdat het Uwv met de gewijzigde beslissing op bezwaar van 23 november 2023 geheel aan de bezwaren van appellant tegemoet is gekomen.
Het verzoek om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BV1958.
Het Uwv wordt veroordeeld in de proceskosten die appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep heeft moeten maken. De kosten voor verleende rechtsbijstand worden op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 1.750,- in beroep (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting) en op € 875,- in hoger beroep (1 punt voor het indienen van het hoger beroepschrift), in totaal € 2.625,-.
Niet is gebleken dat appellant in bezwaar kosten heeft gemaakt die voor vergoeding in aanmerking komen.
Ook dient het Uwv aan appellant het door hem in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van in totaal € 186,- dient te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
- veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor aangegeven;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellant in beroep en in hoger beroep tot een bedrag van in totaal € 2.625,-;
- bepaalt dat het Uwv aan appellant het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht van € 186,- vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin, in tegenwoordigheid van S.P.A. Elzer als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2024.
(getekend) M.E. Fortuin
(getekend) S.P.A. Elzer