ECLI:NL:CRVB:2024:1499
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-uitkering van 40,82% arbeidsongeschiktheid na hoger beroep
Appellante, die zich ziekmeldde na haar werk als helpende zorg en welzijn, kreeg per 17 maart 2022 een WGA-uitkering toegekend door het UWV op basis van een arbeidsongeschiktheid van 40,82%. Zij betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat haar psychische en fysieke beperkingen onderschat waren, waardoor zij de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij rekening was gehouden met diverse medische rapporten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak na beoordeling van het hoger beroep. De Raad concludeert dat de medische informatie, waaronder rapporten van verzekeringsartsen en psychotherapeuten, niet eenduidig is maar geen aanleiding geeft om de vastgestelde beperkingen te verhogen.
De Raad wijst het verzoek om benoeming van een deskundige af en sluit zich aan bij de rechtbank over de passendheid van de geselecteerde functies. Het hoger beroep wordt verworpen, het bestreden besluit blijft in stand en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Appellante krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het UWV-besluit tot toekenning van een WGA-uitkering van 40,82% arbeidsongeschiktheid blijft in stand.