ECLI:NL:CRVB:2024:1504
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding wegens psychische klachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige stelden beperkingen vast, maar concludeerden dat appellante geschikt is voor geselecteerde functies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen zijn onderschat en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, onder meer omdat zij in een eerdere procedure niet door de verzekeringsarts was gezien. Zij verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek in deze WIA-procedure wel zorgvuldig was, dat de rapporten van de verzekeringsartsen voldoende gemotiveerd zijn en dat er geen aanleiding is tot twijfel aan de medische beoordeling.
De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de psychische en lichamelijke beperkingen van appellante niet zodanig zijn dat zij niet geschikt is voor de geselecteerde functies. Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel over de medische beoordeling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, de aangevallen uitspraak bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.