ECLI:NL:CRVB:2024:1506
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet duurzaam ontbreken arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van beperkingen door depressie en angstklachten. Het UWV weigerde de uitkering omdat appellant volgens verzekeringsarts bezwaar en beroep op de datum van het onderzoek over arbeidsvermogen beschikte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat wel sprake was van duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen en dat de motivering onvoldoende was. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op de datum van het onderzoek voldeed aan de voorwaarden voor arbeidsvermogen, zoals het kunnen uitvoeren van een taak, beschikken over werknemersvaardigheden, en belastbaarheid.
De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en het UWV, concludeerde dat het ontbreken van arbeidsvermogen niet duurzaam was en verwierp het hoger beroep. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.