ECLI:NL:CRVB:2024:1515
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor babyuitzet wegens onvoldoende aannemelijkheid kosten
Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de kosten van een babypakket en babyuitzet, maar het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af omdat niet was vastgesteld dat de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
Appellant diende de aanvragen ongeveer zeven maanden na de geboorte van zijn kind in en stelde in bezwaar dat hij de spullen had geleend maar eigen goederen wilde verkrijgen. Het college vroeg appellant om concreet aan te geven welke spullen ontbraken en om specificatie van de kosten, maar appellant kon dit niet nader onderbouwen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 35 van Pro de Participatiewet, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten zich hebben voorgedaan. Ook het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en beleidsregels van het college biedt geen grond voor toekenning.
Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en er worden geen proceskosten toegekend.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor babyuitzet wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van de kosten.