Appellante heeft verzocht om rectificatie van de uitspraak van 29 februari 2024 omdat daarin niet was beslist op haar verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Centrale Raad van Beroep heeft dit verzoek gehonoreerd en de uitspraak aangepast door de Staat der Nederlanden toe te voegen als partij en een schadevergoeding toe te kennen.
De Raad overwoog dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel niet langer dan vier jaar mag duren, met specifieke termijnen voor bezwaar, beroep en hoger beroep. In deze zaak duurde de gehele procedure ruim 6 jaar en 8 maanden, waarbij het hoger beroep alleen al meer dan 5 jaar en 5 maanden in beslag nam, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent.
Gezien de omstandigheden achtte de Raad deze overschrijding niet gerechtvaardigd en veroordeelde de Staat tot een immateriële schadevergoeding van €3.000 aan appellante. Tevens werd de Staat veroordeeld in de proceskosten van appellante voor een bedrag van €437,50. De rectificatie bevestigt de eerdere uitspraak, met deze aanpassingen.
De uitspraak is gedaan door rechter E.J.J.M. Weyers en uitgesproken in het openbaar op 25 juli 2024.