ECLI:NL:CRVB:2024:1540
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding met psychische klachten, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Zowel een verzekeringsarts als een arbeidsdeskundige hebben beperkingen vastgesteld en passende functies geselecteerd. De rechtbank heeft het bezwaar van appellante tegen deze beslissing ongegrond verklaard.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen heeft dan het UWV heeft aangenomen, waaronder beperkingen ten aanzien van deadlines, productiepieken, lawaai en concentratievermogen, en dat zij daardoor de geselecteerde functies niet kan vervullen. De Centrale Raad van Beroep heeft deze gronden onderzocht en geoordeeld dat de medische en arbeidskundige beoordelingen voldoende zorgvuldig en inzichtelijk zijn uitgevoerd, en dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor haar stellingen.
De Raad bevestigt dat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is en dat de functies passend zijn. Het hoger beroep wordt verworpen, de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand en het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen. Appellante krijgt ook geen vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellante minder dan 35% arbeidsongeschikt is.