ECLI:NL:CRVB:2024:1569
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende toegenomen beperkingen
Appellant, die sinds een bedrijfsongeval in 2013 fysieke en psychische beperkingen heeft, kreeg aanvankelijk een WGA-uitkering toegekend die later werd beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na meldingen van toegenomen klachten in 2018 en 2020 weigerde het UWV een nieuwe WIA-uitkering toe te kennen, mede op basis van een arbeidsdeskundig rapport dat onvoldoende rekening hield met de combinatie van fysieke, psychische en cognitieve beperkingen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad acht de motivering van de arbeidsdeskundige onvoldoende, onder meer omdat appellant moeilijk lerend is, intensieve begeleiding nodig heeft en niet duurzaam in regulier of beschut werk kan functioneren. De Raad stelt dat tewerkstelling van appellant niet in redelijkheid van een werkgever kan worden verlangd.
Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. Tegen het nieuwe besluit kan alleen beroep worden ingesteld bij de Raad.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.