ECLI:NL:CRVB:2024:1577
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij WW-uitkering
Appellant ontving sinds 30 september 2019 een WW-uitkering die door het UWV per 1 november 2019 werd geschorst en later ingetrokken. Het bezwaar van appellant tegen deze intrekking werd ongegrond verklaard, en de rechtbank wees het beroep af. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Tijdens de hogerberoepsprocedure gaf het UWV op 15 juli 2024 aan het eerdere besluit niet langer te handhaven en de uitkering alsnog na te betalen. Hierdoor is het geschil feitelijk opgelost en heeft appellant geen belang meer bij een inhoudelijk oordeel over het bestreden besluit.
De Centrale Raad van Beroep verklaarde het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant, inclusief het betaalde griffierecht. Verzoek tot vergoeding van verletkosten werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang; UWV veroordeeld in proceskosten en griffierecht.