ECLI:NL:CRVB:2024:1582
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste berekening terugvordering en nabetaling ZW-uitkering en toeslag
Appellante was werkzaam als medisch-secretaresse en ontving achtereenvolgens WW- en ZW-uitkeringen. Het UWV beëindigde de ZW-uitkering per 16 april 2020 omdat appellante als hersteld werd beschouwd, waarna zij zich opnieuw ziekmeldde en een voorschot op de ZW-uitkering ontving. Het UWV vorderde vervolgens voorschotten en toeslag terug en deed nabetalingen op basis van bezwaarprocedures.
Appellante stelde dat zij over de periode 1 april tot en met 3 mei 2020 geen ZW-uitkering en toeslag had ontvangen en dat het UWV fouten had gemaakt in de berekening, met een tekort van €1.757,14. De rechtbank oordeelde dat de specificaties van het UWV duidelijk en deugdelijk waren en dat er geen sprake was van onrechtmatigheid of onjuistheid.
De Centrale Raad van Beroep verwierp het hoger beroep. De Raad stelde dat het UWV de bedragen correct had teruggevorderd en nabetalingen had gedaan. De vermeende dubbele verrekening betrof geen daadwerkelijke terugvordering maar een verrekening in de specificaties om dubbele betaling te voorkomen. Een later ingediend overzicht met alternatieve berekeningen werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De Raad concludeerde dat appellante het juiste bedrag had ontvangen over de gehele periode van 1 april tot en met 16 juli 2020 en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de terugvordering en nabetaling van de ZW-uitkering en toeslag correct heeft berekend en uitgevoerd.