ECLI:NL:CRVB:2024:1585
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering van bijstand wegens door derde betaalde huur
Appellant en zijn echtgenote ontvingen bijstand, waarbij het college de bijstand herzag en terugvordering oplegde over de periode van februari tot en met december 2020, omdat de huur van hun woning door een derde, X, werd betaald.
Appellant stelde dat hij de door X betaalde huur aan hem had terugbetaald, deels contant via opnames van zijn creditcard en deels via overschrijvingen naar X's bankrekening. De Raad oordeelde dat appellant hiervoor geen concreet, verifieerbaar bewijs had geleverd. De creditcardopnames kwamen niet overeen met het huurbedrag en waren niet specifiek aan X betaald. Bovendien waren de bankoverschrijvingen in strijd met eerdere verklaringen van appellant.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard en de Raad bevestigde dit oordeel. Het hoger beroep werd verworpen en het bestreden besluit bleef in stand. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding of terugbetaling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot herziening en terugvordering van bijstand blijft in stand.