ECLI:NL:CRVB:2024:1587
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet ongegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens niet betalen griffierecht
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het griffierecht niet was voldaan. Appellant diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.
Tijdens de zitting op 11 juli 2024 verscheen appellant, terwijl het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven niet aanwezig was. Appellant voerde aan dat hij het griffierecht niet kon betalen omdat hij veel voor de samenleving doet en anderen helpt, waardoor hij financieel krap zit.
De Raad overwoog dat de criteria voor vrijstelling van griffierecht objectief zijn en gebaseerd op het inkomen van de betrokkene. Het feit dat appellant geld besteedt aan het helpen van anderen en daardoor zelf financieel krap zit, vormt geen grond om van deze criteria af te wijken. Daarom werd het verzet ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wegens niet betalen van griffierecht is ongegrond verklaard.