ECLI:NL:CRVB:2024:1590

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 augustus 2024
Publicatiedatum
8 augustus 2024
Zaaknummer
23/1664 BPW-V
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:11 AwbWet buitengewoon pensioen 1940-1945
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding afgewezen

Appellant had beroep ingesteld tegen een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.

Appellant diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting werd toegelicht dat appellant psychische en lichamelijke klachten heeft waardoor hij niet tijdig kon reageren. Zijn zoon, die hem bijstaat, gaf aan dat appellant het besluit pas na vijftien maanden ontdekte.

De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de bijstandverlener geen professionele hulpverlener is en er onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding rechtvaardigen. Bovendien was de bijstandverlener ook tijdens de bezwaarfase betrokken en wist hij van de beslissing.

Omdat de overschrijding niet verschoonbaar is, moest het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard en is het verzet ongegrond. Het griffierecht wordt terugbetaald, maar er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.

Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 augustus 2024
23/1664 BPW-V
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het verzet in het geding tussen:
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb)

PROCESVERLOOP

In de uitspraak van 21 maart 2024 heeft de Raad het door appellant ingestelde beroep tegen de beschikking van de Svb van 2 juni 2021 op grond van de Wet buitengewoon pensioen 19401945 niet-ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de termijn is ingediend.
Appellant heeft verzet ingediend.
Het verzet is behandeld op de zitting van 11 juli 2024. Appellant is met een verbinding via video-bellen vertegenwoordigd door [naam zoon], de zoon van appellant. Namens de Svb is, met voorafgaand bericht, niemand verschenen.

OVERWEGINGEN

De bijstandverlener van appellant erkent dat het beroep te laat is ingesteld. Hij verzoekt het beroep alsnog in behandeling te nemen vanwege de bijzondere situatie. Zijn vader vindt het moeilijk om over dit onderwerp te praten en heeft dusdanige psychische en lichamelijke klachten dat hij niet in staat was tijdig actie te ondernemen.
Als een beroepschrift na afloop van de beroepstermijn is ingediend blijft een nietontvankelijkverklaring op grond van termijnoverschrijding achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Dat staat in artikel 6:11 van Pro de Awb, dat ook in hoger beroep van toepassing is. Het gaat daarbij om de vraag of het niet tijdig indienen van het beroepschrift niet aan de indiener kan worden toegerekend. Als de indiener wordt bijgestaan door een professionele rechtshulpverlener of andere bijstandsverlener dan komt diens handelen in beginsel voor risico van de indiener. Bij een niet-professionele bijstandsverlener, zoals hier aan de orde, moet worden beoordeeld of de termijnoverschrijding het gevolg is van bijzondere omstandigheden die de bijstandsverlener betreffen of dat deze is veroorzaakt door handelen of nalaten van het bestuursorgaan. Bij de beoordeling van de verschoonbaarheid in geval van een beroep op bijzondere omstandigheden moeten alle omstandigheden van het geval in hun samenhang worden bezien.
De Raad ziet in wat appellant heeft aangevoerd geen bijzondere omstandigheden die maken dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is. Appellant heeft vijftien maanden nadat het besluit was genomen en aan hem was toegezonden beroep ingediend. De bijstandverlener van appellant heeft een combinatie van bijzondere omstandigheden die zijn vader en hemzelf betreffen ingekleurd op de zitting. Hij heeft daarbij verteld dat hij er pas na vijftien maanden achter kwam dat appellant de beschikking had ontvangen. Appellant had deze in het dossier gestopt en er niets over gezegd. Dit is kenmerkend voor de psychische problematiek van appellant, aldus zijn zoon. De Raad neemt aan dat appellant psychische problemen heeft. Aan de andere kant constateert de Raad ook dat de bijstandverlener van appellant hem ook al bijstond tijdens de bezwaarfase. Ook hij wist dus dat er een beslissing op bezwaar zou komen. Met deze omstandigheden is naar het oordeel van de Raad onvoldoende duidelijk geworden waarom het vijftien maanden heeft geduurd voordat beroep is ingesteld. De termijn overschrijding wordt dus aan appellant toegerekend.
Bij de toepassing van artikel 6:11 van Pro de Awb gaat het om een gebonden bevoegdheid. Als eenmaal is vastgesteld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend en vervolgens wordt geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, moet het hoger beroep nietontvankelijk worden verklaard. In dat geval is een belangenafweging niet mogelijk. Dat betekent dat de belangen die met het materiële geschil zijn gemoeid, bij de beoordeling niet relevant zijn. De bijstandverlener van appellant heeft gewezen op het grote belang van appellant bij deze procedure, maar dat kan, hoe vervelend ook, dus geen factor zijn in deze procedure.
Dit betekent dat het verzet ongegrond wordt verklaard.
Het griffierecht zal aan appellant worden teruggestort.
De Raad ziet geen aanleiding om proceskosten aan appellant te vergoeden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door J.C. Boeree, in tegenwoordigheid van E.P.J.M. Claerhoudt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 augustus 2024.
(getekend) J.C. Boeree
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt