ECLI:NL:CRVB:2024:1590
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens termijnoverschrijding afgewezen
Appellant had beroep ingesteld tegen een beschikking van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945, maar dit beroep werd door de Raad niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding.
Appellant diende verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Tijdens de zitting werd toegelicht dat appellant psychische en lichamelijke klachten heeft waardoor hij niet tijdig kon reageren. Zijn zoon, die hem bijstaat, gaf aan dat appellant het besluit pas na vijftien maanden ontdekte.
De Raad overwoog dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is omdat de bijstandverlener geen professionele hulpverlener is en er onvoldoende bijzondere omstandigheden zijn die de overschrijding rechtvaardigen. Bovendien was de bijstandverlener ook tijdens de bezwaarfase betrokken en wist hij van de beslissing.
Omdat de overschrijding niet verschoonbaar is, moest het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard en is het verzet ongegrond. Het griffierecht wordt terugbetaald, maar er is geen aanleiding voor vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzet wordt ongegrond verklaard en het beroep blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.