ECLI:NL:CRVB:2024:1594
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding in hoger beroep AOW-uitkering
Appellant had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam inzake een AOW-uitkering, maar dit hoger beroep werd op 13 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de termijn was ingediend. Vervolgens diende appellant verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring. Dit verzet werd behandeld op 11 juli 2024, waarbij partijen niet verschenen.
De Raad overwoog dat het verzet gedateerd was op 18 oktober 2023 en pas op 6 november 2023 was ontvangen, ruim na het verstrijken van de termijn om verzet in te dienen. Appellant voerde aan dat de vertraging te wijten was aan de postdiensten naar Marokko en dat hij brieven pas beantwoordt nadat hij ze ontvangt. De Raad achtte dit onvoldoende om de termijnoverschrijding te verontschuldigen, aangezien het enkele stelling niet aannemelijk maakt dat appellant de uitspraak maanden later heeft ontvangen.
Daarom werd het verzet niet-ontvankelijk verklaard. De Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen aan appellant. De uitspraak werd gedaan door J.C. Boeree, in aanwezigheid van griffier E.P.J.M. Claerhoudt, op 1 augustus 2024.
Uitkomst: Het verzet wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de termijn zonder bijzondere omstandigheden.