ECLI:NL:CRVB:2024:1597
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid, maar het UWV beëindigde deze per 29 november 2022 omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant stelde dat hij volledig arbeidsongeschikt is en dat de medische beoordeling onjuist is, met meer beperkingen dan erkend. Hij verzocht ook om een deskundige vanwege vermeende schending van het equality of arms-beginsel.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was, de beperkingen juist waren vastgesteld en dat appellant geen bedlegerigheid of ADL-afhankelijkheid vertoonde. De Raad toetste dit oordeel en concludeerde dat appellant voldoende gelegenheid had gehad om medische stukken in te brengen en dat het verzoek om een deskundige niet gegrond was.
De verzekeringsarts en arbeidsdeskundige hadden de beperkingen adequaat gemotiveerd en passendheid van functies vastgesteld. Nieuwe medische informatie van appellant in hoger beroep veranderde niets aan het oordeel over de situatie per 29 november 2022. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en handhaafde de beëindiging van de WIA-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.