ECLI:NL:CRVB:2024:1611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken duurzaam arbeidsvermogen
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV concludeerde na medisch en arbeidskundig onderzoek dat appellant momenteel geen arbeidsvermogen heeft, maar dat deze situatie niet duurzaam is. De bezwaarprocedure en de rechtbank gaven het UWV daarin gelijk.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek niet zorgvuldig was, omdat geen fysiek onderzoek was gedaan in de bezwaarprocedure en dat onvoldoende was gemotiveerd hoe arbeidsvermogen ontwikkeld zou kunnen worden. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig onderzoek had gedaan volgens het stappenplan en dat er voldoende medische informatie was. De Raad bevestigde dat duurzaamheid betekent dat arbeidsvermogen zich niet meer kan ontwikkelen en dat het UWV aannemelijk had gemaakt dat bij appellant nog mogelijkheden tot verbetering zijn.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt en daarom geen Wajong-uitkering krijgt. Het verzoek om benoeming van een onafhankelijke deskundige werd afgewezen omdat er geen twijfel bestond over de medische beoordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.