ECLI:NL:CRVB:2024:1615
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsongeschiktheid van 52,13% en toekenning WGA-loonaanvullingsuitkering
Appellant werd door het UWV op 27 oktober 2021 medisch beoordeeld als 52,13% arbeidsongeschikt, waarna zijn loonaanvullingsuitkering vanaf 7 februari 2023 op deze mate werd gebaseerd. Appellant betwistte de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek en stelde dat hij meer beperkingen had, waardoor hij de geselecteerde functies niet kon vervullen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in de besluitvorming voldoende had hersteld met een spreekuurcontact in september 2022 en dat de medische beoordeling inhoudelijk overtuigend was. Ook de arbeidskundige beoordeling werd als toereikend gezien, waarbij appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij de functies niet kon vervullen, onder meer omdat hij de Nederlandse taal voldoende beheerst.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunten, onder meer over het onzorgvuldige onderzoek en onderschatting van beperkingen. De Raad concludeert echter dat het medisch onderzoek zorgvuldig en juist is, ook gezien het fysieke onderzoek door de primaire arts en het spreekuurcontact. De arbeidskundige beoordeling is eveneens juist. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de toekenning van de WGA-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant 52,13% arbeidsongeschikt is en de WGA-loonaanvullingsuitkering terecht is toegekend vanaf 7 februari 2023.