ECLI:NL:CRVB:2024:1626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 73,75% in WIA-uitkeringszaak
Appellant, voormalig sporthalbeheerder, is sinds 7 oktober 2019 ziekgemeld en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV stelde na onderzoek door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige de arbeidsongeschiktheid vast op 73,75%, waarbij passende functies werden geselecteerd. Appellant betwistte deze mate van arbeidsongeschiktheid en stelde dat hij meer beperkingen heeft, onderbouwd met medische stukken waaronder een psychiatrisch rapport.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was om te twijfelen aan het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De Raad onderschrijft dit oordeel en wijst het beroep van appellant af. De Raad benadrukt dat de GAF-score niet bedoeld is voor het vaststellen van arbeidsongeschiktheid en dat de verzekeringsarts alle relevante medische informatie heeft meegewogen.
Appellant vroeg om benoeming van een deskundige, maar de Raad zag hiervoor geen aanleiding omdat er geen twijfel bestaat over de juistheid van het medisch oordeel. Ook de arbeidskundige beoordeling van de geschiktheid van de geselecteerde functies werd bevestigd. Het hoger beroep wordt afgewezen, waardoor de vaststelling van 73,75% arbeidsongeschiktheid en de toekenning van de WIA-uitkering in stand blijven.
Uitkomst: De vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 73,75% wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.