ECLI:NL:CRVB:2024:1633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens ontbreken verzekering overleden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot in 2011. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW, noch onder de Marokkaanse sociale zekerheidswetgeving viel.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb. De rechtbank stelde vast dat de echtgenoot sinds 1968 in Marokko woonde en er geen aanwijzingen waren dat hij op het moment van overlijden in Nederland werkte of vrijwillig verzekerd was. Ook was er geen verzekering op grond van het verdrag tussen Nederland en Marokko.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat de Svb haar echtgenoot had moeten informeren over de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering, maar de Raad verwierp dit standpunt omdat de echtgenoot sinds 1968 niet bekend was bij de Svb en de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering in 2005 niet meer bestond.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt het bestreden besluit. Hierdoor blijft de weigering van de ANW-uitkering in stand. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de ANW-uitkering blijft in stand.