ECLI:NL:HR:2025:239

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
13 februari 2025
Zaaknummer
24/03603
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart cassatieberoep niet-ontvankelijk in zaak Algemene nabestaandenwet

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 augustus 2024, die een hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam over een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

De Hoge Raad heeft de ontvankelijkheid van het cassatieberoep beoordeeld en het advies van de procureur-generaal ingewonnen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft de Hoge Raad geoordeeld dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen en verklaart het beroep daarom zonder verdere motivering niet-ontvankelijk.

De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en heeft het arrest in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025, waarbij de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk het arrest hebben gewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard met toepassing van artikel 80a RO.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer24/03603
Datum14 februari 2025
ARREST
in de zaak van
[X] (hierna: belanghebbende)
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 augustus 2024, nr. 23/2732 ANW [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Amsterdam (nr. 21/3525) betreffende een besluit van de Sociale verzekeringsbank ingevolge de Algemene nabestaandenwet.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep beoordeeld. De procureur-generaal bij de Hoge Raad heeft de gelegenheid gekregen een advies uit te brengen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het cassatieberoep duidelijk niet kan slagen. Hij zal daarom gebruikmaken van de mogelijkheid om het beroep zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren (zie artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie).

2.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.A.R. van Eijsden als voorzitter, en de raadsheren M.T. Boerlage en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2025.