ECLI:NL:CRVB:2024:1650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen beëindiging studiefinanciering wegens overschrijding diplomatermijn
Bij besluit van 14 oktober 2019 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloten de studiefinanciering van appellante vanaf september 2020 te beëindigen wegens het verstrijken van de diplomatermijn zoals opgenomen in de Wet studiefinanciering 2000.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door de minister niet-ontvankelijk verklaard vanwege overschrijding van de bezwaartermijn. De rechtbank Rotterdam bevestigde dit oordeel en stelde dat het besluit op de voorgeschreven wijze bekend was gemaakt, onder meer via een notificatiemail, en dat appellante geen expliciete toestemming had onthouden voor digitale postontvangst.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij het besluit niet tijdig had opgemerkt en dat de notificatiemail onduidelijk was, en dat zij niet alleen digitale post wilde ontvangen. De Raad oordeelde echter dat de notificatiemail een toereikend signaal was dat het besluit in 'Mijn DUO' was geplaatst en dat er geen reden was om af te wijken van het oordeel van de rechtbank.
Het hoger beroep werd verworpen, de aangevallen uitspraak bevestigd, en het bestreden besluit bleef in stand. Appellante kreeg geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot beëindiging van studiefinanciering blijft in stand.