ECLI:NL:CRVB:2024:1651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ANW-uitkering wegens niet-verzekerd overlijden echtgenoot
Appellante, woonachtig in Marokko, verzocht om een ANW-uitkering na het overlijden van haar echtgenoot die in Nederland had gewoond en gewerkt. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de ANW, aangezien hij niet in Nederland woonde of werkte.
Na een eerdere afwijzing en bezwaarprocedure diende appellante een herhaalde aanvraag in, die eveneens werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden en het niet evident onredelijk zijn van het besluit. De rechtbank Amsterdam bevestigde deze afwijzing.
In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat de echtgenoot niet verzekerd was volgens Nederlandse of Marokkaanse wetgeving en dat appellante geen recht heeft op een ANW-uitkering. De Raad oordeelde dat de Svb terecht het besluit handhaafde en dat de herhaalde aanvraag terecht werd afgewezen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de weigering van de ANW-uitkering in stand blijft. Appellante krijgt geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
De uitspraak is gedaan door M.A.H. van Dalen-van Bekkum en uitgesproken op 21 augustus 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de ANW-uitkering omdat de echtgenoot van appellante niet verzekerd was op het moment van overlijden.