ECLI:NL:RBAMS:2023:4195
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van aanvraag nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
Een weduwe verzocht de Sociale Verzekeringsbank (Svb) om een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) nadat haar echtgenoot in 2018 was overleden. De Svb wees haar aanvraag af omdat de echtgenoot op het moment van overlijden niet verzekerd was voor de Anw, noch vrijwillig verzekerd volgens de Marokkaanse wetgeving.
De Svb handhaafde dit besluit na bezwaar en wees het verzoek om herziening af, omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit onmiskenbaar onjuist maakten. De rechtbank toetste dit besluit en concludeerde dat er geen aanleiding was om aan te nemen dat de echtgenoot van de weduwe verzekerd was op het moment van overlijden.
De rechtbank overwoog dat de Svb haar beleid correct had toegepast en dat het besluit niet evident onredelijk was. De uitkering betreft een duuraanspraak en ook een verzoek om herziening naar de toekomst werd afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de weduwe tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een nabestaandenuitkering wordt ongegrond verklaard.