ECLI:NL:CRVB:2024:1665
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellante was sinds 2014 arbeidsongeschikt na psychische klachten en ontving een WIA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80-100%. Na een herbeoordeling in 2021 stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 1 februari 2022. Appellante maakte bezwaar, dat werd ongegrond verklaard op basis van nieuwe medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellante tegen de beëindiging van de WIA-uitkering ongegrond. Zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de beperkingen in het psychisch functioneren juist waren vastgesteld. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij meer beperkingen had dan het UWV aannam, onderbouwd met een eigen psychologisch rapport, maar de Raad concludeerde dat dit rapport niet relevant was voor de datum in geding en onvoldoende valide was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het UWV voldoende en inzichtelijk had gemotiveerd dat de geselecteerde functies passend waren. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de beëindiging van de WIA-uitkering in stand bleef en appellante geen proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.