Uitspraak
mr. W. de Rooy-Bal.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving een WIA-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 43,91%, maar het UWV beëindigde deze uitkering per 1 april 2022 na een herbeoordeling die uitwees dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.
Appellant betwistte deze beoordeling en stelde dat zijn medische beperkingen, met name oogklachten, waren onderschat. Hij overhandigde een brief van zijn oogarts waarin een diagnose van positieve dysfotopsie werd gesteld, wat volgens hem leidde tot meer beperkingen dan het UWV aannam.
De Raad oordeelde echter dat de klachten subjectief zijn en niet medisch objectief te onderbouwen, en dat het UWV zorgvuldig onderzoek heeft gedaan, inclusief informatie van huisarts, oogarts en cardioloog. De functionele mogelijkhedenlijst (FML) weerspiegelt voldoende de beperkingen.
De arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant de passende functies kan vervullen. Het hoger beroep van appellant werd daarom ongegrond verklaard en de beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 1 april 2022 wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.