ECLI:NL:CRVB:2024:1695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gehandicaptenparkeerkaart wegens onvoldoende medische onderbouwing loopbeperking
Appellant heeft op 30 maart 2021 een aanvraag ingediend voor een Europese gehandicaptenparkeerkaart voor bestuurders, welke door het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam op 12 augustus 2021 is afgewezen. Na bezwaar bleef het college bij dit besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat de medische adviezen van de GGD aan de vereisten voldeden en dat appellant zich zonder hulp met gebruikelijke loophulpmiddelen over een langere afstand dan 100 meter kan voortbewegen.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen niet adequaat waren onderzocht en dat de medische adviezen niet objectief en inzichtelijk waren opgesteld. Hij verwees naar medische informatie en een brief van een fysiotherapeut die stelde dat hij niet meer dan vijftig meter kan lopen zonder krukken.
De Raad oordeelt dat het onderzoek op 16 april 2021 zorgvuldig is uitgevoerd volgens het VIA-protocol, inclusief inspectie van het looppatroon. De medische adviezen voldoen aan de gestelde eisen en geven inzichtelijk weer waarom appellant niet als gehandicapt wordt aangemerkt voor de parkeerkaart. Er is geen objectieve medische onderbouwing van een loopbeperking die het gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart rechtvaardigt. Het hoger beroep wordt daarom afgewezen en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de gehandicaptenparkeerkaart blijft in stand.