ECLI:NL:CRVB:2024:1699
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang bij maatwerkvoorziening Wmo 2015
Appellant ontving sinds maart 2018 een maatwerkvoorziening beschermd wonen op grond van de Wmo 2015, verstrekt door een zorgverlener. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam beëindigde deze ondersteuning per 13 september 2021 vanwege een verstoorde vertrouwensrelatie en niet-naleving van afspraken door appellant. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
Appellant stelde dat het college onzorgvuldig handelde door de zorgovereenkomst eenzijdig en abrupt te beëindigen en dat zijn belangen onvoldoende waren meegewogen. De Centrale Raad van Beroep beoordeelde ambtshalve of appellant procesbelang had bij inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
De Raad oordeelde dat procesbelang ontbreekt omdat het hier gaat om een verstreken periode van zorg in natura, appellant geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid om de maatwerkvoorziening bij een andere zorgverlener te verzilveren en geen nieuwe aanvraag voor ondersteuning heeft ingediend. Bovendien is het belang van appellant niet gelegen in vergoeding van immateriële schade, aangezien hij geen concrete medische onderbouwing van geestelijk letsel heeft geleverd.
Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees hij de vergoeding van proceskosten en griffierecht af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.