ECLI:NL:CRVB:2024:1728
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent een WIA-uitkering. Het UWV nam op 30 januari 2024 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellante. Hierop trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het bestuursorgaan conform artikel 8:75a Awb bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming in de kosten kan worden veroordeeld. Omdat het UWV geen verweerschrift had ingediend en het onderzoek ter zitting achterwege was gelaten, kon de Raad op basis van de stukken beslissen.
De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van € 875,- aan proceskosten voor de verleende rechtsbijstand en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van € 136,-. Hiermee kwam de Raad appellante tegemoet in haar kosten als gevolg van het hoger beroep dat werd ingetrokken vanwege de gewijzigde beslissing op bezwaar.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van € 875,- proceskosten en € 136,- griffierecht aan appellante.