ECLI:NL:CRVB:2024:1734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na ziekmelding in 2017 met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde de uitkering. Appellant maakte bezwaar en stelde dat de medische beoordeling onvoldoende was en dat de onafhankelijkheid van de deskundige in twijfel kon worden getrokken.
De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die concludeerde dat de beperkingen van appellant juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend waren. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar liet het besluit in stand wegens deugdelijkheid van de motivering. Appellant stelde in hoger beroep dat de deskundige onvoldoende onafhankelijk was en dat het medisch onderzoek tekort schoot.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de deskundige onafhankelijk en zorgvuldig heeft gehandeld, dat het medisch onderzoek adequaat was en dat de arbeidskundige beoordeling correct is. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn in hoger beroep niet is overschreden. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.