ECLI:NL:CRVB:2024:1738
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na whiplashklachten
Appellant, voormalig medewerker schoonmaak en facilitair, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke en psychische klachten, waaronder whiplash associated disorder. Het UWV stelde dat appellant slechts 10,30% tot 18,89% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij de medische beoordeling van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige als overtuigend werd beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten, concentratieproblemen en vermoeidheid, en dat hij aangepast schoeisel nodig had. Ook stelde hij dat de geselecteerde functies ongeschikt waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische informatie had ingebracht en dat de eerdere medische onderbouwing juist en volledig was. De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijke deskundige en concludeerde dat de afwijzing van de WIA-uitkering terecht was.
Het hoger beroep werd afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Appellant kreeg geen vergoeding voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.