ECLI:NL:CRVB:2024:1758
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 56,43% door Uwv
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het Uwv op 56,43% per 14 maart 2022. Hij stelt dat hij meer medische beperkingen heeft dan aangenomen, waardoor hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. Na onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige heeft het Uwv het percentage vastgesteld en een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend.
De rechtbank Overijssel verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd overwogen dat de medische rapportages geen aanleiding geven tot een andere beoordeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat er ten onrechte geen beperking voor zitten tijdens het werk is aangenomen, met verwijzing naar medische brieven.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het hoger beroep niet slaagt. De Raad onderschrijft de motivering van de rechtbank en het Uwv, stelt dat de medische stukken geen nieuw ander oordeel rechtvaardigen en bevestigt dat de geselecteerde functies medisch geschikt zijn. De toekenning van de WIA-uitkering blijft daarmee ongewijzigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid op 56,43% en wijst het hoger beroep af.