ECLI:NL:CRVB:2024:1777
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante werkte als schoonmaakster en meldde zich in augustus 2018 ziek. Het UWV kende haar een Ziektewetuitkering toe die zij later opnieuw ontving na een zwangerschapsuitkering. In november 2020 beëindigde het UWV de uitkering op grond van een medisch onderzoek dat stelde dat appellante geschikt was voor haar eigen werk.
Appellante maakte bezwaar en beroep, waarbij de rechtbank Rotterdam het UWV-besluit handhaafde na een aanvullend medisch onderzoek. Appellante voerde aan dat haar psychische en fysieke klachten haar werk onmogelijk maakten, dat de zwaarte van het werk en het ontbreken van collega-ondersteuning onvoldoende waren meegewogen, en dat er onduidelijkheid was over haar urenbeperking.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV: de verzekeringsarts had gemotiveerd dat appellante haar werk kon verrichten, mede door hulp van collega’s bij zwaar tillen. Psychische klachten waren niet aantoonbaar op de datum in geding, en er was geen medische onderbouwing voor een verdere urenbeperking. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de ZW-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 12 november 2020 omdat appellante geschikt is voor haar eigen werk.