Appellante heeft in 2013 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering vanwege onder meer ASS, ADHD en PKU. Het UWV concludeerde na onderzoek dat zij meer dan 75% van het minimumloon kan verdienen en weigerde de uitkering in 2014.
In 2022 diende appellante opnieuw een aanvraag in met aanvullende medische informatie. Het UWV voerde een nieuw medisch onderzoek uit en concludeerde dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die het eerdere besluit konden wijzigen. Dit leidde tot een nieuwe weigering, die ook in bezwaar werd bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de medische stukken geen nieuwe feiten bevatten en dat de weigering niet evident onredelijk was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar gebrek aan arbeidsvermogen een nieuw feit was, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat dit onvoldoende is.
De Raad bevestigde dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld en dat het verzoek om terug te komen op het eerdere besluit terecht is afgewezen. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering blijft in stand.