ECLI:NL:CRVB:2024:1782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering IVA-uitkering wegens niet-duurzame volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het Uwv om haar geen IVA-uitkering toe te kennen omdat haar volledige arbeidsongeschiktheid niet duurzaam zou zijn. Na een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek werd vastgesteld dat zij volledig arbeidsongeschikt is, maar niet duurzaam, en kreeg zij een WGA-uitkering toegekend.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende concreet en inzichtelijk was. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen duurzaam zijn, met name door fibromyalgie, discartrose en scoliose.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt dat het beoordelingskader voor duurzaamheid niet strikt gevolgd hoeft te worden als de motivering deugdelijk is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft overtuigend gemotiveerd dat de beperkingen niet duurzaam zijn, onderbouwd met medisch onderzoek en rapporten, en dat er nog behandelmogelijkheden zijn.
De Raad concludeert dat het Uwv terecht een WGA-uitkering heeft toegekend en geen IVA-uitkering. Tevens wordt het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: De toekenning van een WGA-uitkering wordt bevestigd; appellante komt niet in aanmerking voor een IVA-uitkering.