ECLI:NL:CRVB:2024:1788
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen herzieningsuitspraak rechtbank in sociale zekerheidszaak
Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Sociale verzekeringsbank (Svb). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht en wees het verzet hiertegen ongegrond. Vervolgens verzocht appellant om herziening van deze uitspraak, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze herzieningsuitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat zij onbevoegd is om van dit hoger beroep kennis te nemen, omdat het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is tegen dergelijke uitspraken geen hoger beroep mogelijk.
De Raad benadrukt dat deze beperking van de hoger beroepsmogelijkheden door de wetgever bewust is aangebracht en dat het oordeel van de rechtbank in deze niet kan worden herzien door hoger beroep. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het hoger beroep af.