Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2024:1788

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
29 augustus 2024
Publicatiedatum
17 september 2024
Zaaknummer
22/3706 ANW-PV
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Proces-verbaal
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 AwbArt. 8:119 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen herzieningsuitspraak rechtbank in sociale zekerheidszaak

Appellant heeft beroep ingesteld tegen een beslissing op bezwaar van de Sociale verzekeringsbank (Svb). De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens niet-betaling van griffierecht en wees het verzet hiertegen ongegrond. Vervolgens verzocht appellant om herziening van deze uitspraak, maar de rechtbank wees dit verzoek af omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.

Appellant ging in hoger beroep tegen deze herzieningsuitspraak. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat zij onbevoegd is om van dit hoger beroep kennis te nemen, omdat het herzieningsverzoek betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is tegen dergelijke uitspraken geen hoger beroep mogelijk.

De Raad benadrukt dat deze beperking van de hoger beroepsmogelijkheden door de wetgever bewust is aangebracht en dat het oordeel van de rechtbank in deze niet kan worden herzien door hoger beroep. Daarom verklaart de Raad zich onbevoegd en wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd en wijst het hoger beroep af.

Uitspraak

22.3706 ANW-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 september 2022, 22/1463 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] , Marokko (appellant)
de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (Svb)
Datum uitspraak: 29 augustus 2024
Zitting heeft: M.L. Noort, als lid van de enkelvoudige kamer
Griffier: E.P.J.M. Claerhoudt
Ter zitting van 29 augustus 2024 is appellant niet verschenen. De Svb heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. drs. N. Diamant.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
Appellant heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar van 9 januari 2020. In een uitspraak van 17 mei 2021 heeft de rechtbank dit beroep, met toepassing van artikel 8:54 van Pro de Awb, [1] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het griffierecht niet was betaald. In een uitspraak van 1 december 2021 heeft de rechtbank het verzet hiertegen ongegrond verklaard. Appellant heeft de rechtbank vervolgens verzocht de uitspraak van 1 december 2021 te herzien.
De rechtbank heeft het verzoek om herziening ongegrond verklaard. Volgens de rechtbank heeft appellant geen nieuwe feiten en omstandigheden aangevoerd als bedoeld in artikel 8:119 van Pro de Awb.
Appellant is het met de uitspraak van de rechtbank niet eens.
De Raad komt tot het oordeel dat hij onbevoegd is van dit hoger beroep kennis te nemen. Vanuit het oogpunt van rechtsbescherming en rechtseenheid acht de Raad zich bevoegd kennis te nemen van een tegen een uitspraak van de rechtbank op een herzieningsverzoek ingesteld hoger beroep, ongeacht of de rechtbank inwilligend dan wel afwijzend op het desbetreffende herzieningsverzoek heeft beslist. Dit is anders als het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist betrekking heeft op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:104, tweede en vierde lid, van de Awb. Daartegen kan geen hoger beroep worden ingesteld omdat aldus immers de door de wetgever bepaalde beperking van de hoger beroepsmogelijkheden zou worden doorbroken.
Het herzieningsverzoek waarop de rechtbank heeft beslist heeft betrekking op een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb. Daartegen kan op grond van artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb geen hoger beroep worden ingesteld. Nu hoger beroep niet mogelijk is, zal de Raad zich onbevoegd verklaren.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier Het lid van de enkelvoudige kamer
(getekend) E.P.J.M. Claerhoudt (getekend) M.L. Noort

Voetnoten

1.Algemene wet bestuursrecht.