ECLI:NL:CRVB:2024:179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet betalen griffierecht
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De gemachtigde van appellant is meerdere malen schriftelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €136,-, met duidelijke termijnen voor betaling. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet betaald binnen de gestelde termijn.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door D. Hardonk-Prins, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2024.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld door belanghebbenden en het bestuursorgaan.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.