ECLI:NL:CRVB:2024:1799
Centrale Raad van Beroep
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling na intrekking hoger beroep wegens tegemoetkoming UWV
Appellante had hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland inzake een WIA-zaak. Het UWV nam op 13 september 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarmee het volledig aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam. Hierdoor trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad stelde vast dat het onderzoek ter zitting achterwege kon blijven omdat het UWV geen verweerschrift had ingediend en appellante het beroep had ingetrokken. Op grond van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep worden veroordeeld in de kosten.
De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten die appellante redelijkerwijs heeft moeten maken, waaronder kosten voor het indienen van beroepschrift en hoger beroepschrift, reiskosten, medische informatie en griffierecht. De totale proceskostenvergoeding bedroeg € 4.006,97. De uitspraak werd gedaan door rechter M.E. Fortuin op 18 september 2024.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante ten bedrage van € 4.006,97 en het griffierecht van € 186,-.