ECLI:NL:CRVB:2024:1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 40,27% in WIA-uitkeringszaak
Appellante, die zich ziek meldde met fysieke en psychische klachten, stelde dat zij meer beperkingen had dan het UWV aannam en dat de geselecteerde functies niet passend waren. Het UWV had na medisch en arbeidskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheid van 40,27% vastgesteld en een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en handhaafde het besluit van het UWV. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen werden onderschat en dat de functies ongeschikt waren, maar bracht geen nieuwe medische feiten aan. De Raad onderschreef de motivering van de rechtbank en het UWV, waaronder de rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De Raad concludeerde dat de medische en arbeidskundige beoordeling voldoende onderbouwd was, dat de beperkingen van appellante juist waren vastgesteld en dat de geselecteerde functies passend zijn. Het hoger beroep werd afgewezen, de eerdere uitspraak bevestigd en het verzoek om vergoeding van schade en wettelijke rente afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van 40,27% arbeidsongeschiktheid en wijst het hoger beroep af.