Uitspraak
8 maart 2024, 23/3471
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. De gemachtigde van appellante is bij brief en aangetekende brief herhaaldelijk gewezen op de verplichting tot betaling van het griffierecht van €138,- binnen de gestelde termijnen. Ondanks deze aanmaningen is het griffierecht niet tijdig voldaan.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante in verzuim is en verklaart het hoger beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door S.B. Smit-Colenbrander, in aanwezigheid van griffier A. Giesen, en uitgesproken in het openbaar op 26 september 2024.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep, waarbij de indiener kan verzoeken om een mondelinge behandeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.