ECLI:NL:CRVB:2024:1825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroepsgronden in WIA-zaak
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Limburg in een zaak betreffende de WIA. Het beroepschrift bevatte echter geen gronden, wat een vereiste is volgens artikel 6:5 Awb Pro in samenhang met artikel 6:24 Awb Pro.
De gemachtigde van appellant werd meerdere malen in de gelegenheid gesteld om de gronden alsnog binnen gestelde termijnen in te dienen. Ondanks uitstelverzoeken en waarschuwingen heeft appellant de gronden niet ingediend en geen verontschuldigingen aangevoerd voor dit verzuim.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep hierdoor kennelijk niet-ontvankelijk was en besloot zonder inhoudelijke behandeling het beroep te verwerpen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter C. Karman en griffier A. Giesen op 26 september 2024. Tegen deze beslissing kan binnen zes weken schriftelijk verzet worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.